De vissen die straks door de Vismigratierivier trekken, zijn onder te verdelen in sterke en zwakke zwemmers. De driedoornige stekelbaars is een zwakke zwemmer. Maar hoe zit dat?
Hoe groter de vis, hoe minder afhankelijk hij is van de stroming. Grotere vissen zijn zwaarder en hebben meer spieren dan kleinere vissen. Ook leggen ze relatief minder afstand af per lichaamslengte. Zo is de steur, die wel drie meter kan worden, een veel sterkere zwemmer dan de kleine stekelbaars.
Sommige soorten migreren daarnaast van zout naar zoet water als ze jong zijn. Zo komen de larven van de bot, in zee uit het ei en trekken daarna naar Europese meren en rivieren om daar op te groeien. Jonge vissen zijn vaak kleiner en minder ontwikkeld dan volwassen vissen van dezelfde soort.
Soorten als stekelbaars, spiering, bot en aal behoren tot de zwakke zwemmers. De sterke zwemmers zijn: de steur, zalm, elft, fint, houting, zeeforel en de rivier- en zeeprik.
De zwakke zwemmers liften straks met vloed mee door de Vismigratierivier, richting het IJsselmeer. Bij eb schuilen ze tussen stenen en riet, zodat ze niet terug naar zee spoelen. Door het unieke ontwerp van de Vismigratierivier, krijgen dus zowel sterke als zwakke zwemmers de kans om van zout naar zoet te migreren!
(Foto en video door: Jelger Herder)
Oeps! We konden je formulier niet vinden.